KASPLANTJE

KASPLANTJE

Onvoorstelbaar mama, maar het is nu echt al tien jaar geleden dat je ons verliet. Geheel tegen je zin in. Dat verpleeghuis waar je in belandde om te revalideren heeft je weg wel bekort. Of: onmogelijk gemaakt. Daar hadden we het toen nog niet echt over; best een taboe.

Tien jaar: hoeveel dagen, uren, minuten, gedachten zijn dat wel niet. Allemaal zonder jou. Zonder je lach, zonder je kritiek, zonder je altijd alles relativerende hoop.
En natuurlijk heeft het verpleeghuis niet “de schuld”. Maar toch wel een beetje.
Want ze lieten je aan je lot over. Vanwege personeelsgebrek. (IK liet je aan je lot over, zo voelt het nog steeds.)

Jij was heel hard herstellende, deed er met je levenslust alles aan om beter te worden. De prognoses waren dan ook heel goed toen je het ziekenhuis uitkwam. Jij, die je hele leven lang vitaal, volkomen onafhankelijk was geweest. Jij, die mij hebt geleerd om áltijd onafhankelijk te zijn. Je was geestelijk volkomen oké, het rechterdeel van je lichaam moest weer leren te luisteren naar je immer aanwezige brein. En dat lukte middels fysiotherapie wonderwel goed. Met je wilskracht bereikte je de best mogelijk resultaten. Toen je het ziekenhuis verliet zei de afdelingsarts dan ook dat je als je zo doorging, binnen korte tijd geheel zelfstandig achter de rollator zou kunnen lopen. ‘Goed volhouden dus mevrouw, de fysiotherapie!’, luidde het advies. Waarop je lachend knikte.

Toen belandde je in dat verpleeghuis. Om te herstellen. Het resultaat was dat je niet alleen nooit hersteld bent, doordat je geen enkele vorm van fysiotherapie meer kreeg. ‘Personeelsgebrek. Geen tijd en ook geen mankracht voor’.
Zonder dat ik het wist ben je ook nog aan iets geopereerd, waarvan niemand het hoe of waarom kon vertellen. Je bent maar heen-en-weer gesleurd, in dat laatste jaar van je leven, omdat je er kennelijk niet meer zo toe deed. Daar komt het, wrang gezegd, op neer. ‘Vanwege personeelstekort’.

De als altijd vrolijke vrouw die het ziekenhuis verliet, verwerd in rap tempo tot een kasplantje in haar rolstoel in dat verpleeghuis. Dat alleen maar bed-in-en-uit, rolstoel-in-en-uit werd getild, en verder niks. In de weekends durfde ik niet eens meer bij je te gaan kijken omdat ik niet opnieuw de aanblik verdroeg van mijn moeder, die het hele weekend lang ‘Sorry, niet voldoende personeel’ in haar pyjama, niet verschoond daar maar lag. Weg te kwijnen. Omdat er niets aan haar gedaan werd. ‘Laat haar maar sterven,’ dat leek de boodschap. Die verstevigd werd toen de afdelingsarts zei: ‘We gaan haar morfine geven’.
Op mijn vraag waarom en of je dan eventueel nog wel beter zou kunnen worden, luidde zijn antwoord: ‘Natuurlijk, alles kan’.

Dat verpleeghuis mam, ik weet het niet. En jij ook niet, dat zei je tijdens je verblijf daar steeds al, als er alweer niet naar je omgekeken was. En je niet anders kon dan maar gewoon in je luier poepen (ja, je kreeg gemakshalve een luier, ‘Personeelstekort’, terwijl je niet eens incontinent was). Die vervolgens niet verschoond werd.
Zo lag je daar dan maar. Dag in, dag uit. Naar buiten te kijken. Naar die troosteloze rij bomen aan de andere kant van je raam. Met alleen de herinnering aan wat ooit was. En dat dat kennelijk voor altijd was.

Het heeft je genoeg geld gekost. Maar verder?
Het is Het Kennelijk Nieuwe Westerse Systeem, dat veel vragen oproept – en die vervolgens allemaal onbeantwoord laat. Toverwoord: ‘Personeelsgebrek.’

Het is vooral het schuldgevoel dat blijft. Altijd.

By | 2019-03-24T09:06:20+01:00 24 March, 2019|Blog|0 Comments

About the Author: