Prima

Prima

Wij zitten in de eetzaal van ons gemoedelijke Gasthof te genieten van de helaas alweer laatste avond hier. Het gezelschap, verdeeld over een stuk of twintig tafels, is laten we zeggen eclectisch. Hoewel het merendeel de moeite heeft genomen zich om te kleden voor het avondmaal, zijn er ook een paar die daar maling aan hebben en in ski-outfit aanschuiven. Dat is ook prima. Het maakt hier niets uit.

En dan komt ze binnen. Haar haren modieus een paar tinten lichter grijs geverfd boven haar witte shirt waarin de ontelbare pailletten harder glinsteren dan het vuurwerk dat hier regelmatig feestelijk afgestoken wordt. Ze kijkt verbaasd om zich heen, zich duidelijk afvragend waar ze moet gaan zitten.

Gefascineerd volg ik haar sierlijke gang tussen de tafels door. Ze heeft er moeite mee, en ik ook met mijn vraag waar ze neer zal strijken. Dat blijkt aan een tafeltje te zijn waar een te oude man voor zijn hoodie op haar zit te wachten.

Blij kijkt hij naar haar op. Hij staat nog net niet op om de stoel voor haar naar achteren te schuiven.

Ik merk pas dat ik even afgeleid was als ik ineens ‘Ach du!’ hoor schreeuwen.

Direct kijk ik de goede kant op waar zij het tot een prop verfrommelde katoenen servet zodanig in de zojuist opgediende soep gooit, dat die alle kanten opspat.

‘Du!’ roept ze nogmaals alsof de zaal verder leeg is. Met opgeheven hoofd blaast ze de aftocht.

De hoodie-man is het kennelijk gewend en vindt het ogenschijnlijk prima.

Wij ook. Niet ogenschijnlijk. Het is prima.

 

 

 

2018-02-05T14:12:29+01:00